Van werkbij tot centrifuge

Hier vindt u veel interessante feiten over honing en bijen. Wist je bijvoorbeeld dat bijen uitstekende standaarddansers zijn?

A-F

aminozuren
zie proteïnen

 

aroma’s
Honing bevat veel aroma’s en smaakstoffen die de eetlust opwekken en de honing zo waardevol maken.
Er werden al meer dan 200 verschillende stoffen in honing vastgesteld.
Het feit dat honing in zovele landen en culturen hoog gewaardeerd wordt, is deels te danken aan deze grote verscheidenheid.

 

baby’s
Baby’s en kleine kinderen jonger dan één jaar mogen voorzichtigheidshalve geen honing consumeren. Het maag- en darmsysteem van zuigelingen tot 12 maanden is nog niet volledig ontwikkeld en dus instabiel.
Het is niet ondenkbaar dat sporen van bacteriën (clostridium botulinum), die ook in honing kunnen zitten, in uitzonderlijke gevallen ziekten (zuigelingenbotulisme) kunnen veroorzaken.

 

bakkershoning
Bakkershoning is een honing van mindere kwaliteit die onder andere door warmtebeschadiging enzymen verloren heeft.
Deze honing is nog altijd geschikt voor menselijke consumptie, maar wordt vooral als zoetstof in de industrie gebruikt. Langnese gebruikt enkele de beste, gecontroleerde honing en daarom geen bakkershoning.

 

bewaring
Om ervoor te zorgen dat de unieke aroma’s en waardevolle bestanddelen lang behouden blijven, dient honing koel, droog, geurneutraal en donker bewaard te worden. Honing neemt bovendien gemakkelijk andere geuren en smaken over. Daarom dient honing altijd aromadicht afgesloten te worden en niet naast producten bewaard te worden met een intensieve geur of smaak, zoals kaas, koffie of kruiden.

 

bijendans
Hoe vinden bijen hun voedselbronnen? Daarvoor hebben ze een eigen complexe lichaamstaal. Met behulp van twee standaarddansen, de ronde- en kwispeldans, geven ze alle informatie door aan hun collega werksters, die nodig is om dezelfde drachtplant te vinden. Het is verbluffend hoeveel informatie de bijen in hun bewegingen kunnen coderen: de eerste informatie krijgen de bijen onmiddellijk via de geur. De thuiskomende bij draagt de geur en het stuifmeel van de betreffende voedingsplant in haar fijne haarkleed. Op die manier weten alle andere bijen onmiddellijk om welke bron het gaat en hoe ze smaakt.

 

bijenhars
zie propolis

 

bijenkoninginsap
zie Gelée Royale

 

bijenkorf
De bijenkorf is de thuishaven van een bijenvolk. Vandaag zijn dit vaak kunstmatige nestholtes die door een imker beschikbaar gesteld worden. Oorspronkelijk zochten bijen een beschutte plaats in de natuur voor hun bijenkorf.

 

bijenraten
Bijenraten zijn zo perfect gebouwd, dat elke bouwingenieur jaloers zou kunnen worden. Geen enkele andere geometrische vorm in de natuur is zo stevig en stabiel bij zo weinig materiaalverbruik en gewicht. Overal ter wereld bouwen bijen onafhankelijk van elkaar dezelfde raten. Ook bij bijen in het wild, die vooraf geen houten kader krijgen, zijn de wanden steeds perfect loodrecht. Sommige cellen neigen hier en daar in een hoek van 15° lichtjes naar boven, zodat de opgeslagen honing er niet zou uitvloeien.

 

bijenstaat/bijenvolk 
Een bijenstaat bestaat uit een koningin, ongeveer 500 tot 2000 darren en ongeveer 30.000 tot 80.000 werksters. De organisatie van een bijenvolk is fascinerend. Ze maakt indruk door een perfecte taakverdeling, een nauw sociaal systeem en een efficiënte communicatie.

 

bijenwas
Bijenwas is naast honing en propolis een van de belangrijkste bijenproducten. Zijn toepassingsmogelijkheden zijn talrijk. Bijenwas was altijd al een begeerde grondstof voor goed brandende kaarsen, daarom stimuleerde onder andere de Kerk lange tijd de bijenteelt.

 

bloesemhoning
Bloesemhoning is honing die overwegend uit nectar gewonnen wordt.

 

bloesempollen/stuifmeel
De bijen kruipen diep in de bloesem om nectar te zuigen. Daarbij blijven pollen aan hun fijne haarkleed hangen, die zogenaamde pollenbroekjes vormen. Deze worden dan door de bijen toevallig mee naar de bijenkorf gedragen. De meegebrachte pollen duiken weer op in de honing en komen later van pas bij een nauwkeurige vaststelling van de oorsprong en soort.

 

botanische oorsprong
De belangrijkste indeling van honing gebeurt volgens de door de bijen bezochte planten, de dracht. Bij de voeding van de bijen maakt men een groot onderscheid tussen nectar en honingdauw.

 

conserveringsmiddelen
Honing bevat geen conserveringsmiddelen. Een honing die pas na volle rijping geoogst werd, is in principe onbeperkt houdbaar. Afhankelijk van de soort kristalliseer hij vroeg of laat.

 

darren
Een bijenkorf telt 500 tot 2000 mannelijke bijen. Ze worden darren genoemd en zijn precies als de werksters kinderen van de koningin. Er is echter dit verschil: ze hebben geen vader. Darren komen uit onbevruchte eitjes die de koningin in iets ruimere, speciale raten legt, omdat ze groter worden dan hun zussen. Darren hebben geen angel, werken niet en kunnen niet zelfstandig eten. Eind augustus zit hun enige levenstaak erop, namelijk jonge koninginnen bevruchten. Tijdens de zogenaamde ‘darrenslag’ worden ze ten slotte uit de bijenkorf verdreven.

 

definitie van honing
Het Duitse Besluit inzake honing definieert honing als volgt: „Honing is de natuurzoete stof die door bijen van de soort Apis mellisfera geproduceerd wordt, doordat de bijen nectar van planten of afscheidingen van levende platendelen opnemen of zich op levende plantendelen bevindende afscheidingsproducten van aan planten zuigende insecten opnemen, en deze door combinatie met eigen specifieke stoffen omzetten, opslaan, dehydreren en in de raten van de bijenkorf opslaan en laten rijpen.”

 

diabetici
Volgens recente inzichten mogen diabetici alle gerechten met mate consumeren, dus ook honing. Toch zouden diabetici hun arts moeten raadplegen wanneer sprake is van vrije consumptie van honing. De vuistregel zegt dat ongeveer 12 g suiker een broodeenheid (BE) is, zodat een portiebeker honing van 20 g ongeveer overeenkomt met 1,25 BE.

 

draagbij
zie verzamelbij

 

druivensuiker/glucose
zie suiker

 

eiwit
Zie proteïnen

 

enzymen/fermenten
Enzymen zijn complexe proteïneverbindingen die stoffen kunnen splitsen of omzetten. Het zijn biokatalysatoren en regelen de stofwisseling in het menselijk lichaam. Enzymen zijn onder andere zeer gevoelig voor hitte. Daarom toont een hoge enzyme-activiteit doorgaans, dat de honing zuiver en ‘levendig’ is.

 

Frisch, Karl von
Een groot deel van onze huidige kennis over bijen hebben we te danken aan de Oostenrijkse zoöloog Karl von Frisch, geboren in 1886 te Wenen. Hij ontdekte dat bijen kleuren op een andere wijze kunnen onderscheiden dan wij, ruiken met hun voelsprieten, de zon als kompas gebruiken en een specifieke ‚taal‘ gebruiken onder elkaar. Zijn ontdekkingen waren zo belangrijk dat hij in 1973 de Nobelprijs won.

 

fructose/vruchtensuiker
zie suiker

G-L

Gelée Royale 
Gelée Royale, ook koninginnenbrij genoemd, bevat veel eiwit en is in de eerste plaats voedsel voor de koningin. De winning ervan is zeer omslachtig, en de prijs dan ook hoog. Gelée Royale is terug te vinden in verschillende farmaceutische preparaten en in schoonheidsproducten, zoals crèmes en shampoos. Soms wordt het ook puur geconsumeerd.

 

gemengde bloesemhoning 
De meeste honing is gemengde bloesemhoning. De bijen verzamelen de nectar uit talrijke verscheidene planten, zodat de bestanddelen van de honing bijzonder gevarieerd zijn. Smaak en uiterlijk variëren sterk naargelang de standplaats, soort en bloesem van de bezochte planten.

 

honingdauw/honingdauwhoning
Als de bijen overwegend honingdauw verzamelen, dan ontstaat honingdauwhoning. Honingdauw is het uitgangsproduct van blad-, bos- en naaldhoning. Honingdauw ontstaat door medewerking van plantensap zuigende insecten, de lachniden, die op deze bomen leven. Deze insecten steken in het filtersysteem van de planten, gebruiken de stoffen die ze nodig hebben om te kunnen leven en scheiden de rest als honingdauw – verrijkt met organische zuren, enzymen en andere stoffen – weer uit. De honingdauw wordt door de bijen verzameld en in de bijenkorf tot honing gemaakt.

 

inhibine (remstoffen)
Inhibine (van het Latijnse inhibire = remmen) draagt aanzienlijk bij tot de genezende werking van honing. Het gaat om kiemremmende substanties of groepen substanties, die in hun chemische structuur zeer onderscheidend en deels nog niet geïdentificeerd zijn.

 

imker
De imker bekommert zich om het gedrag en de teelt van bijen alsook om de honingproductie. De benaming ‘imker’ is afgeleid van het Neder-Duitse woord ‘Imme’ voor ‘bij’ en het Middel-Neder-Duitse begrip ‘Kar’ (‘korf, bak’).

 

koningin
De koningin is meesteres en moeder van de gehele bijenkorf. Van februari tot september legt ze tot ongeveer 120.000 eitjes – dat betekent een dagelijkse productie van meer dan haar eigen lichaamsgewicht. Voor het uitbroeden van de eitjes heeft ze geen tijd, ook niet voor het zelfstandig eten. De koningin wordt door de werksters verzorgd. Haar hofhouding volgt haar op de voet en houdt haar daarbij voortdurend in de gaten. Ze kunnen niet anders. De boosdoener daarvan is een verleidelijke stof die de koningin voortdurend produceert. Dit feromoon dwingt de werksters in de geslachtsloosheid, ze verhindert de ontwikkeling van haar eierstokken. De koningin is daarmee het enige vrouwelijke seksueel ontwikkelde dier en daarmee voor het totale nageslacht verantwoordelijk. Haar is ook het langste leven toebedeeld, ze kan 4 tot 5 jaar oud worden.

 

korf
zie bijenkorf

 

kristallisatie
De wijze waarop en de snelheid van de kristallisatie is een belangrijk kenmerk van de verschillende honingsoorten. Zo is het kristallisatieproces van een bepaalde soort (bijvoorbeeld acaciahoning) vrijwel altijd gelijk. Kristallisatie is een natuurlijk fysisch proces. Het heeft niets te maken met de kwaliteit van de honing en is ook geen teken van ‘over datum zijn’. Gekristalliseerde honing kan probleemloos weer vloeibaar gemaakt worden. De graad van kristallisatie is afhankelijk van de verhouding tussen fructose en glucose. Hoe meer glucose in de honing, hoe sneller hij kristalliseert.

 

Kwispeldans
zie bijendans

M-R

moutsuiker (maltose)
zie suiker

 

nectar
Nectar is een sterk suikerhoudende oplossing die door de honingklieren van de planten uitgescheiden wordt. Honingklieren bevinden zich gewoonlijk in de bloesems, maar kunnen ook in andere delen van de plant, bijvoorbeeld in de bladoksels, zitten. Wordt een bepaalde honing vooral uit nectar gewonnen, spreekt men van bloesemhoning.

 

propolis/bijenhars
Propolis (of bijenhars) is een natuurlijk geneesmiddel dat vandaag vooral in de alternatieve geneeskunde en in de natuurgeneeskunde gebruikt wordt. De oude Egyptenaren kenden zelfs al de eigenschappen van propolis en gebruikten het om hun mummies te balsemen. Vandaag zijn er talrijke producten op de markt waarin propolis verwerkt zit om zowel inwendig als uitwendig te gebruiken. Mensen met allergieën wordt aangeraden om voorzichtig om te gaan met deze producten en indien mogelijk van tevoren een arts te raadplegen.

 

proteïnen/eiwitten
Proteïnen zijn slechts in kleine hoeveelheden in honing aanwezig, in tegenstelling tot aminozuren, de bouwstenen van proteïnen. Typisch voor honing zijn de zogenaamde vrije aminozuren, die niet in een proteïne gebonden zijn. Bijzonder belangrijk is het aminozuur proline, omdat het uitsluitsel geeft over de rijpheid van de honing. Een laag proline-gehalte is een aanwijzing voor onrijp geoogste honing en/of dat de bijen met suiker gevoerd zijn.

 

raten
zie bijenraten

 

rietsuiker (sacharose)
zie suiker

 

rondedans
zie bijendans

S-Z

slingeren
Bij het slingeren verwijdert de imker de rijpe raten, maakt ze vrij en hangt de honingramen in een honingslinger. Alleen door de centrifugaalkracht – zonder verhitting – wordt de honing eruit geslingerd. Deze behoedzame methode is tegenwoordig gebruikelijk voor de honingwinning. De raten worden daarbij niet beschadigd en kunnen hergebruikt worden.

 

soortenhoning
Als de nectar of honingdauw hoofdzakelijk van één bepaalde draagplant komt, dan is de honing een soortenhoning. De imker maakt gebruik van het feit dat bijen voortdurend de bloesem van dezelfde plant willen bezoeken, tot de bron uitgeput is. Hij transporteert daarom de bijenkorven naar de directe omgeving van de gewenste draagplant. Wanneer hoofdzakelijk eenzelfde soort aanwezig is, mag een overeenkomstige honing naar de betreffende plant genoemd worden, bijvoorbeeld klaver- of heidehoning.

 

streekgebonden honing
Honing die uit een duidelijk begrensd, regionaal, territoriaal of topografisch gebied komt, mag met een overeenkomstige naam aangeduid worden. Een voorbeeld hiervan is bergbloesemhoning. Dit geldt echter alleen wanneer de daarmee aangeduide honing uitsluitend de aangegeven herkomst heeft.

 

suiker
Honing bestaat voor ca. 80 procent uit verschillende soorten natuurlijke suikers. Hoofdbestanddeel zijn twee enkelvoudige suikers: vruchtensuiker (fructose) en druivensuiker (glucose). Verder bevat honing ook moutsuiker (maltose) en rietsuiker (sacharose). Honingdauwhoning bevat ook melezitose. Afhankelijk van de honingsoort varieert het aandeel van de verschillende suikers aanzienlijk. De verhouding beïnvloedt de neiging van honing om te kristalliseren.

 

veelsoortigheid
In de handel zijn heel wat honingsoorten verkrijgbaar die onder verschillende benamingen aangeboden worden – waarvan sommige duidelijk en gemakkelijk te begrijpen, andere verwarrend zijn. De meer dan 100 bestaande honingsoorten zijn weliswaar allemaal zoet, maar dat is dan ook hun enige gemeenschappelijke kenmerk. De kleur varieert – van bijna kleurloos tot donkerbruin en zo goed als zwart. Ook de smaak verschilt, van aangenaam zoet en mild tot pittig gekruid met een sterke kenmerkende smaak. Algemeen kan worden gesteld dat lichte honingsoorten meestal mild en aangenaam zoet smaken. Donkere soorten zijn vaak pittiger van smaak en minder zoet.

 

verzamelbij
Ongeveer vanaf hun 20ste levensdag worden bijen verzamel- of drachtbijen. Ze zwermen uit om nectar, honingdauw of stuifmeel te verzamelen – tot ze sterven. Bijen bouwen aan hun winstgevende voedselbronnen regelrechte luchtbruggen: voortdurende stijgen bijen op om op zoek te gaan naar nieuwe drachtbronnen. Ontdekken ze een bron, keren ze onmiddellijk naar de korf terug en vertellen ze aan hun zussen, in hun bijentaal, de bijendans, waar ze deze bronnen kunnen vinden.

 

waakbij
Vanaf hun 10e levensdag worden enkele werksters bij de waak- of buitendienst ingedeeld. Deze dienst fungeert als het ware als een politiedienst die de zoete inhoud van de bijenkorf beschermt, omdat die ook andere dieren aantrekt. Aan de ingang van de korf wordt elke bezoeker dan ook grondig besnuffeld en gecontroleerd op de typische korfgeur. Indien ze geen spoor van deze geur terugvinden, worden de indringers rigoureus verdreven, hoe groot of sterk ze ook zijn. De wapens van de bijen zijn gevaarlijk. Hun angels en het bijengif zijn voor de mens pijnlijk, voor kleine dieren en andere insecten heeft het gif zelfs grotere gevolgen.

 

Was
zie bijenwas

 

Water
Het watergehalte in honing is nauwkeurig gereglementeerd: volgens het Duitse Honingbesluit mag honing slechts 16 tot 20 procent water bevatten. Idealiter ligt het percentage tussen 16 en 19 procent. Een uitzondering vormt bijvoorbeeld heidehoning – deze honing mag 23 procent water bevatten. Een hoger watergehalte is een teken van onrijp geoogste honing, die in gist kan overgaan.

 

werksters
De werkster is in de bijenkorf ‘de meid voor alle werk‘. Ze poetst, bekommert zich om het nageslacht en bouwt de bijenkorf uit. De ene werkster bouwt vooral nieuwe raten, de andere bekommert zich dan weer meer om het nageslacht. Wanneer de werkster ouder wordt, krijgt ze nieuwe taken, zoals de bescherming van de bijenkorf of het verzamelen van nectar en honingdauw.

 

Wettelijke bepalingen voor honing in Duitsland
De wettelijke kwaliteitseisen voor honing in Duitsland zijn bepaald bij Besluit van 16.12.1976. In 2004 en 2007 verschenen er actualiseringen op het Besluit. Het bepaalt de oogst, verwerking en declaratie van honing in Duitsland. Het Besluit geeft duidelijke richtlijnen hoe honing tot stand moet komen, alvorens het in de handel komt.

 

zuren
In honing zit een kleine hoeveelheid milde zuren, zoals melk-, citroen-, azijn- en gluconzuur. Deze zuren worden ook in het menselijk lichaam op natuurlijke wijze aangemaakt. Deze zuren zijn in honing niet alleen belangrijk voor de smaak, maar wekken ook de eetlust op en bevorderen de vertering.